D66 vraagt om onderzoek n.a.v. beweringen over verloedering in bepaalde wijken van Rijswijk
zondag 4 mei 2008
Geschreven door Gijs Verheij
Tijdens de behandeling in de gemeenteraad van de begroting voor 2008 vroeg de D66-fractie aandacht voor het feit dat van verschillende kanten signalen komen dat in bepaalde wijken sprake is van (dreigende) verloedering dan wel grote sociale problemen. Het is echter onduidelijk wat er precies aan de hand is. Het college werd daarom gevraagd onderzoek te doen om eventuele problemen helder in beeld te krijgen. Dat is nodig om vervolgens aan oplossingen te kunnen werken. Bij dat laatste moet in ieder geval nauw worden samengewerkt met (organisaties van) bewoners in de betrokken wijken.
Het college bevestigde dat er signalen zijn over verloedering in bepaalde wijken. Wethouder Bolte zegde toe dat bij de uitwerking van de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie over wijkgericht werken de vraag om een onderzoek – maar misschien wordt het een inventarisatie – zal worden meegenomen.
In de vergadering van de raadscommissie OWSZ van maart 2008 meldde de wethouder dat de manier waarop die aanbevelingen zullen worden uitgewerkt (de “bestuursopdracht” van het college aan betrokken ambtenaren) nu ambtelijk wordt voorbereid en zo spoedig mogelijk aan de commissie zal worden toegezonden.
Voor de volledige bijdrage van de D66-fractie over dit onderwerp bij de behandeling van de begroting voor 2008 en de reactie van het college daarop:
Bijdrage D66-fractie behandeling begroting 2008
Voorzitter,
Het belangrijkste element in de voorliggende ontwerp-begroting is het investeringsplafond dat daarin is verwerkt. De raad besloot eerder in meerderheid tot de instelling daarvan. Toen was niet duidelijk welke afwegingen daarbij zijn gemaakt; die duidelijkheid is er nog steeds niet; en zij zal ook niet komen, zolang een meerderheid in de raad daaraan geen behoefte heeft.
Ook is niet duidelijk waarom vanaf 2009 een extra verhoging van de onroerendezaakbelasting noodzakelijk is, terwijl er overschotten op de meerjarenbegroting ontstaan. Ik maak daarom bij voorbaat in zoverre een voorbehoud bij de vaststelling van die meerjarenbegroting, dat ik op dit moment niet akkoord ga met die extra OZB-verhoging in 2009.
Tot zover de begroting. En dan zou ik mij verder willen beperken tot het volgende.
Er heeft zich de laatste maanden een opvallende ontwikkeling voorgedaan. Bij verschillende gelegenheden hebben verschillende functionarissen openlijk geconstateerd dat in bepaalde wijken sprake is van verloedering of grote sociale problemen, dan wel dat deze daar dreigen te ontstaan. Die constatering is van mensen die in die wijken bestuurlijk actief zijn of daar beroepshalve werkzaam zijn, en ook een aantal raadsleden heeft zich in die zin uitgelaten. Ik ben bewust wat vaag in mijn omschrijving van wie wat heeft gezegd, omdat het mij niet om die personen als zodanig en hun uitlatingen gaat, maar om het gegeven dat het onderwerp van verschillende kanten aan de orde wordt gesteld, terwijl er overigens een nadrukkelijke stilte heerst. Gezien de aard van de zaak kunnen we die signalen echter moeilijk negeren. Tegelijkertijd moeten we echter vaststellen dat aard en omvang van het probleem op dit moment volstrekt onduidelijk zijn. Daarom zou allereerst in kaart moeten worden gebracht wat de problemen precies zijn, zodat we daar zicht op krijgen. Dan kan blijken of terecht wordt gesproken van verloedering, kan het probleem eventueel tot zijn juiste proporties worden teruggebracht en is in ieder geval duidelijk waar we voor staan, zodat gericht aan maatregelen en oplossingen kan worden gewerkt.
Wat dat laatste betreft bevestigt - zie de NRC van 3 oktober jl., pagina 22 - recent onderzoek van de Politieacademie in Apeldoorn weer eens dat maatregelen in de sfeer van sloop en herbouw nauwelijks van invloed zijn op de leefbaarheid en veiligheid in een wijk. Daarvoor is veel belangrijker hoe mensen met elkaar omgaan en of ze zich aan bepaalde regels willen houden. Daarop ingrijpen is van doorslaggevend belang. Verder blijkt uit het onderzoek dat het betrekken van bewoners bij te nemen maatregelen onontbeerlijk is en dat het aankomt op een goede samenwerking van alle betrokken bewoners en instanties. In Rijswijk valt wat dat betreft te denken aan gemeente, bewonersorganisaties, corporaties, Stichting Welzijn Rijswijk en politie.
Oplossingen zullen uiteraard toegesneden moeten zijn op de problemen die worden geconstateerd. Wat in andere gemeenten reeds is ontwikkeld, kan daarbij van dienst zijn. Er zijn vele voorbeelden in den lande te vinden, onder allerlei namen, van maatregelen in de sfeer van gericht contact leggen en intensieve hulpverlening, begeleiding en toezicht, zowel t.a.v. individuele personen en gezinnen als buurten.
Voordat we aan oplossingen gaan denken moet echter allereerst duidelijk worden wat er nu precies aan de hand is. Mijn verzoek aan het college is dan ook daar onderzoek naar te laten doen en de raad over de uitkomsten daarvan te informeren. Afhankelijk van die bevindingen zal dan vervolgens beleid kunnen worden ontwikkeld, waarover de raad zich kan uitspreken.
Het is in ieder geval niet raadzaam daar langer mee te wachten.
******
Het college reageerde als volgt (ontleend aan de Handelingen (het verslag) van de vergadering van de gemeenteraad van 6 november 2007):
(Wethouder Bolte:) Het betoog van de D66-afgevaardigde klinkt het college niet onbekend in de oren. Ook de wethouder ontvangt signalen over verloedering in bepaalde wijken in Rijswijk. Omdat het beeld verbrokkeld is, verzoekt de D66-fractie om onderzoek te doen om volledig inzicht te verkrijgen. De wethouder merkt op dat onlangs bij raadsbesluit de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie ten aanzien van wijkgericht werken zijn overgenomen. Op basis daarvan is aan het ambtelijk apparaat gevraagd om een bestuursopdracht voor het college voor te bereiden. In de uitwerking van de bestuursopdracht zou de vraagstelling van de heer Verheij kunnen worden meegenomen. Eventueel kan daarbij worden uitgegaan van een inventarisatie in plaats van een onderzoek. De in te stellen leefbaarheidscoördinator kan daarbij worden betrokken.
En in tweede termijn werd het volgende gewisseld:
De heer Verheij (D66) constateert dat het college zijn verzoek om een onderzoek naar de verloedering van bepaalde delen van Rijswijk meeneemt in een bestuursopdracht aangaande het wijkgericht werken. Hoewel dat een ander onderwerp lijkt te zijn, wacht spreker vooralsnog de uitkomsten met belangstelling af. Als de aanpak die het college zich voorstelt niet effectief blijkt te zijn, dan snijdt het zichzelf in de vingers. Het onderwerp zal blijven terugkomen zolang er geen duidelijk beeld bestaat van wat er daadwerkelijk aan de hand is. Zolang dat beeld ontbreekt, is het ook onverstandig om over verloedering te spreken. Bovendien is het voor een wijk schadelijk als verhalen over verloedering steeds weer aan de orde komen. Spreker merkt op dat hem is gebleken dat een dergelijk proces al gaande is. Aan dergelijke verhalen kan alleen een einde worden gemaakt als de feiten op een rij zijn gezet. De raad moet worden betrokken bij het beleid dat op dit punt wordt ontwikkeld. Het is hoe dan ook noodzakelijk dat dat wordt ontwikkeld want het is overduidelijk dat zich op bepaalde plaatsen zeer serieuze problemen voordoen. Deze zullen groeien naarmate de tijd verstrijkt en ingrijpen op korte termijn is daarom een vereiste.
In reactie op het betoog van de heer Verheij van de D66-fractie merkt de wethouder op dat de neergang van wijken met name onderwerp van gesprek is in de raad.
De heer Verheij (D66) benadrukt dat daarover veel breder wordt gesproken. Op korte termijn moet concrete actie worden genomen.
Wethouder Bolte is het daarmee eens.
Geschreven door Gijs Verheij
Tijdens de behandeling in de gemeenteraad van de begroting voor 2008 vroeg de D66-fractie aandacht voor het feit dat van verschillende kanten signalen komen dat in bepaalde wijken sprake is van (dreigende) verloedering dan wel grote sociale problemen. Het is echter onduidelijk wat er precies aan de hand is. Het college werd daarom gevraagd onderzoek te doen om eventuele problemen helder in beeld te krijgen. Dat is nodig om vervolgens aan oplossingen te kunnen werken. Bij dat laatste moet in ieder geval nauw worden samengewerkt met (organisaties van) bewoners in de betrokken wijken.
Het college bevestigde dat er signalen zijn over verloedering in bepaalde wijken. Wethouder Bolte zegde toe dat bij de uitwerking van de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie over wijkgericht werken de vraag om een onderzoek – maar misschien wordt het een inventarisatie – zal worden meegenomen.
In de vergadering van de raadscommissie OWSZ van maart 2008 meldde de wethouder dat de manier waarop die aanbevelingen zullen worden uitgewerkt (de “bestuursopdracht” van het college aan betrokken ambtenaren) nu ambtelijk wordt voorbereid en zo spoedig mogelijk aan de commissie zal worden toegezonden.
Voor de volledige bijdrage van de D66-fractie over dit onderwerp bij de behandeling van de begroting voor 2008 en de reactie van het college daarop:
Bijdrage D66-fractie behandeling begroting 2008
Voorzitter,
Het belangrijkste element in de voorliggende ontwerp-begroting is het investeringsplafond dat daarin is verwerkt. De raad besloot eerder in meerderheid tot de instelling daarvan. Toen was niet duidelijk welke afwegingen daarbij zijn gemaakt; die duidelijkheid is er nog steeds niet; en zij zal ook niet komen, zolang een meerderheid in de raad daaraan geen behoefte heeft.
Ook is niet duidelijk waarom vanaf 2009 een extra verhoging van de onroerendezaakbelasting noodzakelijk is, terwijl er overschotten op de meerjarenbegroting ontstaan. Ik maak daarom bij voorbaat in zoverre een voorbehoud bij de vaststelling van die meerjarenbegroting, dat ik op dit moment niet akkoord ga met die extra OZB-verhoging in 2009.
Tot zover de begroting. En dan zou ik mij verder willen beperken tot het volgende.
Er heeft zich de laatste maanden een opvallende ontwikkeling voorgedaan. Bij verschillende gelegenheden hebben verschillende functionarissen openlijk geconstateerd dat in bepaalde wijken sprake is van verloedering of grote sociale problemen, dan wel dat deze daar dreigen te ontstaan. Die constatering is van mensen die in die wijken bestuurlijk actief zijn of daar beroepshalve werkzaam zijn, en ook een aantal raadsleden heeft zich in die zin uitgelaten. Ik ben bewust wat vaag in mijn omschrijving van wie wat heeft gezegd, omdat het mij niet om die personen als zodanig en hun uitlatingen gaat, maar om het gegeven dat het onderwerp van verschillende kanten aan de orde wordt gesteld, terwijl er overigens een nadrukkelijke stilte heerst. Gezien de aard van de zaak kunnen we die signalen echter moeilijk negeren. Tegelijkertijd moeten we echter vaststellen dat aard en omvang van het probleem op dit moment volstrekt onduidelijk zijn. Daarom zou allereerst in kaart moeten worden gebracht wat de problemen precies zijn, zodat we daar zicht op krijgen. Dan kan blijken of terecht wordt gesproken van verloedering, kan het probleem eventueel tot zijn juiste proporties worden teruggebracht en is in ieder geval duidelijk waar we voor staan, zodat gericht aan maatregelen en oplossingen kan worden gewerkt.
Wat dat laatste betreft bevestigt - zie de NRC van 3 oktober jl., pagina 22 - recent onderzoek van de Politieacademie in Apeldoorn weer eens dat maatregelen in de sfeer van sloop en herbouw nauwelijks van invloed zijn op de leefbaarheid en veiligheid in een wijk. Daarvoor is veel belangrijker hoe mensen met elkaar omgaan en of ze zich aan bepaalde regels willen houden. Daarop ingrijpen is van doorslaggevend belang. Verder blijkt uit het onderzoek dat het betrekken van bewoners bij te nemen maatregelen onontbeerlijk is en dat het aankomt op een goede samenwerking van alle betrokken bewoners en instanties. In Rijswijk valt wat dat betreft te denken aan gemeente, bewonersorganisaties, corporaties, Stichting Welzijn Rijswijk en politie.
Oplossingen zullen uiteraard toegesneden moeten zijn op de problemen die worden geconstateerd. Wat in andere gemeenten reeds is ontwikkeld, kan daarbij van dienst zijn. Er zijn vele voorbeelden in den lande te vinden, onder allerlei namen, van maatregelen in de sfeer van gericht contact leggen en intensieve hulpverlening, begeleiding en toezicht, zowel t.a.v. individuele personen en gezinnen als buurten.
Voordat we aan oplossingen gaan denken moet echter allereerst duidelijk worden wat er nu precies aan de hand is. Mijn verzoek aan het college is dan ook daar onderzoek naar te laten doen en de raad over de uitkomsten daarvan te informeren. Afhankelijk van die bevindingen zal dan vervolgens beleid kunnen worden ontwikkeld, waarover de raad zich kan uitspreken.
Het is in ieder geval niet raadzaam daar langer mee te wachten.
******
Het college reageerde als volgt (ontleend aan de Handelingen (het verslag) van de vergadering van de gemeenteraad van 6 november 2007):
(Wethouder Bolte:) Het betoog van de D66-afgevaardigde klinkt het college niet onbekend in de oren. Ook de wethouder ontvangt signalen over verloedering in bepaalde wijken in Rijswijk. Omdat het beeld verbrokkeld is, verzoekt de D66-fractie om onderzoek te doen om volledig inzicht te verkrijgen. De wethouder merkt op dat onlangs bij raadsbesluit de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie ten aanzien van wijkgericht werken zijn overgenomen. Op basis daarvan is aan het ambtelijk apparaat gevraagd om een bestuursopdracht voor het college voor te bereiden. In de uitwerking van de bestuursopdracht zou de vraagstelling van de heer Verheij kunnen worden meegenomen. Eventueel kan daarbij worden uitgegaan van een inventarisatie in plaats van een onderzoek. De in te stellen leefbaarheidscoördinator kan daarbij worden betrokken.
En in tweede termijn werd het volgende gewisseld:
De heer Verheij (D66) constateert dat het college zijn verzoek om een onderzoek naar de verloedering van bepaalde delen van Rijswijk meeneemt in een bestuursopdracht aangaande het wijkgericht werken. Hoewel dat een ander onderwerp lijkt te zijn, wacht spreker vooralsnog de uitkomsten met belangstelling af. Als de aanpak die het college zich voorstelt niet effectief blijkt te zijn, dan snijdt het zichzelf in de vingers. Het onderwerp zal blijven terugkomen zolang er geen duidelijk beeld bestaat van wat er daadwerkelijk aan de hand is. Zolang dat beeld ontbreekt, is het ook onverstandig om over verloedering te spreken. Bovendien is het voor een wijk schadelijk als verhalen over verloedering steeds weer aan de orde komen. Spreker merkt op dat hem is gebleken dat een dergelijk proces al gaande is. Aan dergelijke verhalen kan alleen een einde worden gemaakt als de feiten op een rij zijn gezet. De raad moet worden betrokken bij het beleid dat op dit punt wordt ontwikkeld. Het is hoe dan ook noodzakelijk dat dat wordt ontwikkeld want het is overduidelijk dat zich op bepaalde plaatsen zeer serieuze problemen voordoen. Deze zullen groeien naarmate de tijd verstrijkt en ingrijpen op korte termijn is daarom een vereiste.
In reactie op het betoog van de heer Verheij van de D66-fractie merkt de wethouder op dat de neergang van wijken met name onderwerp van gesprek is in de raad.
De heer Verheij (D66) benadrukt dat daarover veel breder wordt gesproken. Op korte termijn moet concrete actie worden genomen.
Wethouder Bolte is het daarmee eens.
Meer nieuws
- D66 wil pontje terug, college zwijgt 30-4-2012
- Hart-onder-de-riemprijs 2012 voor startende ondernemers 11-3-2012
- Hart-onder-de-riemprijs: kandidaten gezocht! 19-2-2012
- Hervorming begroting van start, suggesties welkom 19-2-2012
- Hoe verder met de oudestadhuislocatie? 17-2-2012
- Steun voor stresstest 12-11-2011
- Raad spreekt over gemeentelijk geld (2010 - 2012) 10-7-2011
- Bestuursakkoord - Wel hervormen, betere financiële afspraken 6-6-2011
- Rijswijkse begroting 2011 vastgesteld 12-11-2010
- College dekt gaten uit algemene reserve 6-7-2010



word lid
