Beluister deze pagina met proReader

D66 biedt alternatief voor opheffing van volkstuincomplexen De Schoffel en Tot Ons Genoegen

zaterdag 2 augustus 2008

Geschreven door Gijs Verheij

Het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk gaat er kennelijk van uit dat de opheffing van de beide volkstuincomplexen in Rijswijk-Zuid onvermijdelijk is in verband met de nieuw te bouwen wijken aldaar, waarbij vermoedelijk slechts zeer gedeeltelijk compensatie voor beide complexen zal worden geboden, elders in Rijswijk.
In de gemeenteraadsvergadering van 10 juni 2008 riep D66 op om onderzoek te doen naar een alternatief voor het geval niet om de complexen héén kan worden gebouwd. Dat alternatief houdt in dat de grens van het te bebouwen gebied niet wordt gelegd langs de zuidrand van de wielerbaan, ten noorden van De Schoffel, maar in het verlengde van de zuidrand van het Wilhelminapark, ten zuiden van De Schoffel. Daarmee zou het gehele deelgebied (6) waarin De Schoffel ligt - bestaande uit De Schoffel en de vier stroken daaromheen, langs de spoorbaan, de wielerbaan, de Lange Kleiweg en een ongeveer even brede strook ten zuiden van De Schoffel - voor volkstuinen kunnen worden bestemd.
Daarmee ontstaat óók een reële mogelijkheid om het verlies - als dat onvermijdelijk is - van de volkstuinen van Tot Ons Genoegen te compenseren, in elk geval een veel ruimere mogelijkheid dan wanneer voor beide complexen elders in Rijswijk compensatie moet worden gevonden, die dan wel eens heel beperkt zou kunnen blijken te zijn.
Een motie van D66 die om een onderzoek naar dit alternatief vroeg, werd echter door toedoen van de collegepartijen verworpen.
D66 zal in volgende stadia van de besluitvorming, zolang opheffing van beide complexen niet van de baan is, hier zeker op terugkomen.
Weergave van de gedeelten van de Handelingen (verslag) van de gemeenteraadsvergadering van 10 juni 2008 over de D66-motie inzake onderzoek naar een alternatief voor opheffing van de volkstuinen in Rijswijk-Zuid.
De heer VERHEIJ (D66) legt zich niet zonder meer neer bij wat nu als onvermijdelijk wordt gepresenteerd, namelijk de opheffing van beide complexen volkstuinen, met mogelijk slechts een zeer gedeeltelijke compensatie voor beide complexen elders in Rijswijk. Ook als niet om de complexen heen kan worden gebouwd, ziet hij nog de mogelijkheid van een tussenweg. Als namelijk ten noorden van De Schoffel een begrenzing van het te bebouwen gebied moet worden gevonden, aan de zuidkant van de wielerbaan, moet het ook mogelijk zijn die grens ten zuiden van De Schoffel te leggen, in het verlengde van de zuidrand van het Wilhelminapark. Dit geeft de mogelijkheid om het gehele deelgebied 6 van het vast te stellen bestemmingsplan, waarin thans niet meer dan honderd woningen zijn gepland, de bestemming volkstuinen te geven. Deelgebied 6 is in feite het gebied van De Schoffel, uitgebreid met vier stroken eromheen, te weten langs de spoorbaan, de wielerbaan, de Lange Kleiweg en een ongeveer even brede strook ten zuiden van De Schoffel. Daarmee ontstaat ook een reële mogelijkheid om het verlies, als dat onvermijdelijk is, van de volkstuinen van Tot Ons Genoegen te compenseren. Die mogelijkheid is in elk geval ruimer dan wanneer voor beide complexen elders in Rijswijk compensatie moet worden gevonden, die dan wel eens heel beperkt zou kunnen blijken te zijn. Hij dient de volgende motie in:


De gemeenteraad van Rijswijk, in vergadering bijeen op 10 juni 2008,
overwegende dat het onduidelijk is in hoeverre volkstuinen een plaats kunnen krijgen in het vast te stellen bestemmingsplan Rijswijk-Zuid I;
dat het wenselijk is te onderzoeken of volkstuinen kunnen worden gesitueerd in deelgebied 6 van dat bestemmingsplan;
verzoekt het college, alvorens het ontwerp-bestemmingsplan Rijswijk-Zuid I ter besluitvorming aan de raad voor te leggen, te onderzoeken welke de financiële, planologische en andere gevolgen zijn van een bestemming van deelgebied 6 van dat plan tot gebied waarin volkstuinen een plaats kunnen behouden respectievelijk verkrijgen, en de raad daarover te informeren.
De VOORZITTER geeft deze motie, die is ondertekend door het lid Verheij, het nr. 2. Zij heeft het gevoel dat de heer Verheij zijn motie bij een ander agendapunt had moeten indienen, want de raad behandelt nu het voorstel inzake het besluit op bezwaarschriften. Het bestemmingsplan komt pas in september aan de orde. De heer VERHEIJ (D66) voorziet dat wat hij nu in de motie vraagt in september niet meer kan worden gedaan, omdat dan niet nog eens een onderzoek kan worden ingesteld. De raad heeft dan niet de informatie op tafel die nodig is om tot een behoorlijke beslissing te kunnen komen. Overigens heeft bij de behandeling van dit voorstel in de commissie wethouder Van Putten de mededelingen gedaan die tot de nodige commotie hebben gezorgd. Dat heeft hem ingegeven nu met de motie te komen. Als de wethouder er in dat kader over kan praten, meent hij er ook zijn zegje over te mogen doen. De VOORZITTER heeft aangegeven wat haar bezwaar is. Zij hoopt dat de andere sprekers daar rekening mee houden. De motie zou aan het eind van de vergadering behandeld kunnen worden. De heer M. DE GRAAF (CDA) verbaast het dat de heer Verheij, die altijd zo goed is in procedures, nu met de motie komt. Als het zo gaat, kunnen bij elk agendapunt moties over welk onderwerp dan ook worden ingediend. Dan wordt het een chaos.De VOORZITTER zegt dat altijd een motie ingediend kan worden over een onderwerp dat niet geagendeerd is. Dat komt dan als laatste punt op de agenda. Als de motie van de heer Verheij niet wordt ingetrokken, komt zij aan het eind van de agenda in stemming. De heer K. DE GRAAF (CDA) concludeert dat D66 voor helderheid tegenover de burgers is, maar dat dit toch nergens op slaat. (...) Wethouder VAN PUTTEN vindt het prima dat de heer Verheij al meedenkt over de plannen. Er komt straks een bestemmingsplanprocedure. Het college probeert alle opties open te houden. Daar heeft hij op dit moment ook niets aan toe te voegen. Hij dankt de heer Verheij voor diens suggestie, die zal worden betrokken bij de verdere planvorming. (...) De heer VERHEIJ (D66) vraagt of hij uit de mededeling van de heer Van Putten dat het college zijn motie zal betrekken bij de bestemmingsplanprocedure mag afleiden dat het college zijn motie overneemt. Wethouder VAN PUTTEN heeft de heer Verheij bedankt voor diens idee. Hij wil de motie meenemen bij de verdere planvorming. In het bestemmingsplan zullen niet nu ineens details geregeld gaan worden. Daarna zal er nog vele malen gelegenheid zijn om met het college over de plannen te debatteren. De heer M. DE GRAAF (CDA) vindt het uniek dat een motie die nog niet is ingediend al wordt overgenomen door het college. Het is de heer VERHEIJ (D66) duidelijk dat de motie niet wordt overgenomen. Wethouder VAN PUTTEN zegt dat de motie niet nodig is bij de bestemmingsplanprocedure. De heer M. DE GRAAF (CDA) prijst de wethouder voor diens vooruitziende blik. Hij weet kennelijk al voordat de motie is ingediend dat die niet nodig is. De VOORZITTER zegt dat de motie wel is ingediend. De heer VERHOEF (OR) houdt van praktische oplossingen. Hij suggereert de heer Verheij, de motie te veranderen in een zienswijze. Dan hoeft de raad daar dadelijk geen moeilijk besluit over te nemen. De heer VERHEIJ (D66) is daar niet toe bereid. Men hoeft ook helemaal niet te schrikken van wat in de motie wordt gevraagd. De heer VERZIJDEN (PvdA) dacht dat de motie pas aan het eind van de vergadering aan de orde zou komen. De heer VERHEIJ (D66) merkt op dat in de motie niet meer wordt gevraagd dan een onderzoek, omdat de zaak pas in september in de raad aan de orde komt. De raad moet dan over alle noodzakelijke informatie beschikken om keuzes te kunnen maken. De heer VERZIJDEN (PvdA) stelt vast dat er al uitgebreid over de motie wordt gesproken, ook door het college. Hij begrijpt de orde van de vergadering niet. Wethouder VAN PUTTEN meent dat de heer Verheij zichzelf eigenlijk beperkingen oplegt door de motie nu in te dienen. De heer Verheij richt zich maar op een punt. Misschien komen er nog heel andere creatieve ideeën. In de procedure is het ook nog niet zo ver dat dit soort details al kan worden onderzocht. Het is een uitwerking, die hij niet naar voren wil halen. De VOORZITTER constateert dat de wethouder de motie niet nodig vindt, maar dat de heer Verheij er aan vasthoudt. (...) De heer VERHEIJ (D66) legt er de nadruk op dat de motie alleen is bedoeld om tijdig informatie te krijgen, zodat in september een juiste beslissing kan worden genomen. Eerder heeft de hele raad te kennen gegeven de volkstuinen te willen handhaven. De oplossing in de motie zou wel eens de enige mogelijkheid kunnen zijn. De heer KÖHLER (GBR) suggereert om in de motie tussen "aan de raad voor te leggen" en "te onderzoeken" in te voegen: onder andere. De heer VERHEIJ (D66) merkt op dat het geenszins de bedoeling is om het college met de motie in zijn keuzemogelijkheden en vrijheid van handelen te beperken. Als de raad de motie aanneemt, krijgt het college er een keuzemogelijkheid bij. De heer VERZIJDEN (PvdA) vraagt of bij aanneming van de motie Tot Ons Genoegen al bij voorbaat wordt opgeheven. De heer VERHEIJ (D66) gaat ervan uit dat het onvermijdelijk is dat Tot Ons Genoegen sneuvelt. Met de motie wordt dan een uitweg geboden waarmee genoegen zal moeten worden genomen. De Schoffel kan worden gered en aan Tot Ons Genoegen kan voldoende compensatie worden geboden. Hij schat dat 80% van Tot Ons Genoegen er zou kunnen worden ondergebracht. Moeten de twee verenigingen elders in Rijswijk gecompenseerd worden, dan wordt de compensatie voor beide vermoedelijk zeer beperkt. Wethouder Van Putten heeft de raad nadere informatie over de technische zaken toegezegd. Als die technische uitleg niet voldoet of niet sluitend is, zal de raad mans genoeg zijn om dat niet te accepteren. De heer VERZIJDEN (PvdA) vindt het vreemd dat de heer Verheij vooruitloopt op een discussie die in een breder kader zou moeten worden gehouden. Als de motie wordt aangenomen, is dat een signaal dat handhaving van Tot Ons Genoegen een gepasseerd station is. Hij heeft behoefte aan een breder kader om daarover te spreken. De heer VERHEIJ (D66) heeft op geen enkele wijze geconcludeerd dat Tot Ons Genoegen opgeheven moet worden. Het college is echter kennelijk wel zover. Ook als dat onjuist is zal in september een aantal mogelijkheden voorliggen. Hij wil zeker stellen dat dan ook informatie beschikbaar is over de mogelijkheid die in de motie wordt genoemd. De heer JANSSEN (CDA) heeft van de wethouder gehoord dat die alle alternatieven op een rij gaat zetten. Hij vindt de motie daarom niet nodig. De heer VERHEIJ (D66) heeft dat de wethouder niet horen zeggen. De heer JANSSEN (CDA) vraagt het dan nog eens aan de wethouder. De heer VERHEIJ (D66) zegt dat de raad dan moet vaststellen wat wordt gemist als de wethouder met de resultaten van het onderzoek komt. Wethouder VAN PUTTEN is toen hij zag aankomen dat er technische problemen waren gaan zoeken naar alternatieven. Er is een aantal alternatieven in en buiten het gebied op een rij gezet, maar er is nog helemaal geen keuze gemaakt. Misschien is dat ook niet nodig. Hij heeft ook helemaal nog niet gezegd dat de volkstuinen weg moeten. Op allerlei manieren wordt geprobeerd een plek voor de volkstuinen te vinden. Als handhaving op de huidige plek om technische redenen niet lukt, moet er worden verhuisd. Hij anticipeert op een situatie die zich wellicht zal voordoen, maar de motie gaat hem daarin al veel te ver. Er wordt ook geen recht mee gedaan aan allerlei andere problemen. Als het niet anders kan, wordt dat aan de raad voorgelegd. Onderzoeken is duur en kost tijd. Spreker adviseert de raad om de motie niet aan te nemen. De VOORZITTER geeft gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VERHOEF (OR) meent, gehoord de toelichting door de heer Verheij, maar nog meer die door het college, dat de motie dient te worden aangehouden. Als zij nu in stemming wordt gebracht, stemt zijn fractie tegen, omdat het om meer dan alleen De Schoffel gaat. Hij is het met de wethouder eens dat niet een detail van de hele kaart tot middelpunt van alle discussies moet worden gemaakt. Wel vindt spreker het terecht dat veel aandacht wordt besteed aan de problematiek van de volkstuinen. Mevrouw HAGENAARS (PvdA) sluit zich graag aan bij de woorden van de heer Verhoef. Haar fractie vreest dat door de motie beperkingen worden aangebracht en dat de motie dus niet in het voordeel van de volkstuinders is. De heer VERHEIJ (D66) meent dat de kans uit handen wordt gegeven om een signaal aan het college te geven dat behalve in de richting waarin het college thans kennelijk zoekt ook de mogelijkheden die zijn motie biedt expliciet op tafel moeten komen. Gelet op de uitleg door de wethouder kan deze eigenlijk geen bezwaar tegen de motie hebben. Dat hij wel bezwaar heeft, is een veeg teken.
DE MOTIE WORDT BIJ HANDOPSTEKEN MET 18 TEGEN 8 STEMMEN VERWORPEN.
De VOORZITTER constateert dat de leden van de fracties van GBR, GL en D66 alsmede mevrouw Van Leeuwenberg-Ammerlaan voor de motie hebben gestemd.



print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


Hanne's recente tweet




Wist u dat . . .

D66 Rijswijk een discussiegroep heeft geopend op LinkedIn.

Wilt u meediscussieren over Rijswijkse uitdagingen of wilt u zelf een onderwerp aan de orde stellen?

Meld u dan aan op D66 Rijswijk @ LinkedIn



Maak kennis met de fractie

  



D66 Rijswijk staat VOOR:

  • Overleg tussen bewoners en gemeente.
  • Zinvol bouwen: behoud van groen en volkstuinen.
  • Zolang mogelijk zelfstandig leven en wonen.
  • Aanpak van laaggeletterdheid. Aandacht voor lezen en schrijven.
  • Rijswijk MillenniumGemeente.
  • De regio: samen waar mogelijk, zelf waar nodig.

                              Alle Standpunten



Agenda

Fractievergadering

6-6-2012Ter voorbereiding van de Raadsvergadering op 12 juni. Zie ook Vergaderschema forum en raad.
Lees meer
RSS
 




Voorjaarscongres zaterdag 21 april,

volg hier live het congres